Overgangsregeling 55+
Als de een werknemer is geboren voor of in 1949, dan komt hij onder bepaalde voorwaarden in aanmerking voor een overgansregeling. Zijn vervroegd pensioen wordt aangevuld tot 70% van zijn laatste pensioengevend salaris. Dit heet de Aanvullingsregeling. De algemene regel is: hoe ouder de werknemer is, hoe eerder hij kan stoppen. In de tabel staat op welke leeftijd hij kan stoppen:
| Geboortejaar | Pensioenleeftijd |
| 1946 | 60 jaar |
| 1947 | 60 1/2 jaar |
| 1948 | 61 jaar |
| 1949 | 61 1/2 jaar |
Welke voorwaarden zijn er?
De werknemer:
- is geboren in de jaren 1946 t/m 1949
- heeft direct voorafgaand aan zijn pensioen minstens tien jaar ononderbroken in de sector gewerkt
- is deelnemer geweest in de pensioenregeling tot 1 januari 2006
- is onafgebroken deelnemer gebleven tot zijn vervroegde pensionering
- komt niet in aanmerking voor een uitkering uit een van de sociale verzekeringwetten, zoals de WW of WIA (WAO)
- is niet met behoud van salaris ziek thuis
- zegt zijn dienstverband op
De Aanvullingsregeling is van toepassing op deelnemers in de meubelindustrie en de orgelbouw.
Tentoonstellingsdienstverlening: de basisuitkering
Is de werknemer werkzaam in de Tentoonstellingsdienstverlening? Dan krijgt hij geen aanvulling. Hij kan wel een basisuitkering krijgen. Hiervoor gelden dezelfde leeftijden en voorwaarden die u in de tabel hierboven ziet.
De basisuitkering is € 5.978,- (2012). Dat is onvoldoende om te kunnen stoppen met werken. De basisuitkering zorgt voor een verbetering van het pensioen. Het bedrag wordt meer waard zodra er wordt uitgesteld. Als de werknemer niet vervroegd met pensioen gaat, wordt het bij zijn ouderdomspensioen opgeteld.