Voor de jaarlijkse opbouw van je pensioen betalen jij en je werkgever pensioenpremie. Je eigen bijdrage wordt ingehouden op je brutoloon. Hoeveel premie je betaalt, zie je op je loonstrook staan. Uiteraard zit er een nauwkeurige berekening achter de premie die wordt ingelegd. Dat zit zo.

Het pensioenfonds berekent elk jaar voor alle deelnemers aan de pensioenregeling hoeveel pensioenpremie er moet worden ingelegd om het in dat jaar toegezegde levenslange pensioen te kunnen betalen. Inclusief de verzekeringen voor overlijden en arbeidsongeschiktheid. Deze berekeningen zijn behoorlijk complex. Het pensioenfonds moet daarbij aannames maken. Bijvoorbeeld hoe oud mensen gemiddeld worden. Het toegezegde ouderdomspensioen ontvang je immers zolang je leeft. Of je nou 70 wordt of 100. Voor de inschatting van de gemiddelde levensverwachting wordt gebruik gemaakt van landelijke tabellen die periodiek opnieuw worden vastgesteld aan de hand van complexe rekenmodellen. Ook gaat het pensioenfonds er vanuit dat er tot en met het moment dat je met pensioen gaat, een bepaald rendement wordt behaald op de pensioenpremies. Je pensioenpremie moet daarvoor worden belegd. Als we niet zouden beleggen, maar alles op een spaarrekening zouden zetten, zou de pensioenpremie veel en veel hoger moeten zijn. Dat is onwenselijk vinden de werkgevers- en werknemersorganisaties die jouw belangen behartigen. Vandaar dat de premies worden belegd. Dat gebeurt zeer weldoordacht waarbij een balans wordt gezocht tussen rendement en risico.